6de leerjaar
Taalles in het zesde leerjaarDeze week hebben we in de taalles gespeeld met letters. Meer bepaald hadden we het over keerwoorden en spiegelwoorden. Keerwoorden kun je van voor naar achteren lezen en omgekeerd. Speciaal daarbij is dat het woord onveranderd blijft. Voorbeelden hiervan zijn: kok, lepel, legovogel en meetsysteem. Spiegelwoorden kun je ook van voor naar achteren lezen en omgekeerd, maar je krijgt wel een ander woord. Hierbij krijg je ook enkele voorbeelden: regel - leger, strook - koorts, goot - toog. Op het einde van de les kregen we enkele woorden voorgeschoteld, maar de letters stonden door elkaar. Lore heeft enkele dieren verstopt in de volgende, rare woorden. Kun jij ze vinden? Antwoordformulieren steek je maar binnen! 1. NOHD 2. KTA 3. PKI 4. TONAFIL 5. DARAP 6. NAKGEOREO 7. AWUP 8. IJOKINN
|
||
|
























































































































































































































