Omgangsvormen
1 Leefregels voor leerlingen
1.1 Ik en mijn houding
Ik heb respect voor anderen.
Ik vecht niet en maak geen ruzie.
Ik scheld niemand uit en gebruik geen bijnamen.
Ik heb eerbied voor het bezit van anderen.
Ik pest niemand en zet ook anderen niet aan tot pesten.
Ik schrijf netjes en verzorg mijn schriften.
Ik geef thuis onmiddellijk alle brieven en nota's van de school af.
In de eetzaal ben ik rustig en heb ik goede tafelmanieren.
Ik luister steeds naar de aanwijzingen van de leerkracht of de begeleider.
1.2 Ik, gezondheid en hygiëne
Mijn kledij, schoeisel en haartooi zijn verzorgd en hygiënisch.
Na bezoek aan het toilet spoel ik door en was ik mijn handen.
Ik hou de toiletten netjes.
In de turnles draag ik de voorgeschreven turnkledij.
Ik neem mijn turnkledij regelmatig mee naar huis om te wassen.
Ik breng bij voorkeur gezonde versnaperingen mee (bv. een appel).
1.3 Ik en zorg voor het milieu
Ik zorg mee voor een nette school.
Ik sorteer het afval en gooi het in de juiste container.
Ik draag zorg voor het groen op de speelplaats.
1.4 Ik en mijn taalgebruik
Op school spreek ik zoveel mogelijk Algemeen Nederlands.
Volwassenen spreek ik aan met meneer of mevrouw.
De leerkrachten noem ik "meester" of "juffrouw" en de directeur spreek ik aan met "mijnheer de directeur".
1.5 Ik en schooltaken
Ik maak mijn huiswerk en leer mijn lessen.
Wanneer ik dat niet heb kunnen doen, verwittig ik de leerkracht. Dit kan op volgende wijze :
- door een nota van mijn ouders in mijn agenda;
- door een briefje van mijn ouders.
Ik vul elke dag mijn agenda in en laat hem wekelijks/dagelijks, afhankelijk van de afspraak met de klastitularis, tekenen door één van mijn ouders.
Wanneer ik om gezondheidsredenen niet mag zwemmen of turnen breng ik een attest mee naar school.
1.6 Ik en mijn materiaal
Ik draag zorg voor mijn kledij en mijn schoolgerei.
In mijn boekentas zit alles netjes bij elkaar en steekt enkel het nodige.
Ik zorg ervoor dat ik altijd het nodige schoolgerei mee heb, ook voor het zwemmen en de turnles.
Mijn boekentas staat op de aangeduide plaats.
Mijn fiets staat netjes in de fietsenstalling.
Ik bezorg gevonden voorwerpen aan de leerkracht.
1.7 Ik en spelen
Ik speel sportief en sluit niemand uit.
Ik breng geen speelgoed mee naar school dat gevaarlijk is en/of geweld uitlokt.
In de klassen, gangen en toiletruimtes speel ik niet.
Bij mijn aankomst op school ga ik onmiddellijk op de speelplaats en blijf er tot het belsignaal gaat.
Bij het belsignaal stop ik het spel en ga rustig in de rij staan.
2 Veiligheid en verkeer
2.1 Ik en toezicht
Ik kom 's morgens niet vroeger dan 8.15 u. en 's middags niet vroeger dan 12.30 u. op de speelplaats.
Ik verlaat de eetzaal, de klas of de speelplaats niet zonder de toestemming van de toezichter.
's Middags of 's avonds ga ik in de passende rij staan of wacht ik op de speelplaats tot mijn ouders me komen afhalen. Ben ik 15 minuten na de laatste lestijd nog op de speelplaats dan ga ik naar de naschoolse opvang.
2.2 Ik en het verkeer
Ik neem steeds de veiligste schoolroute.
Ik respecteer de verkeersreglementen.
Ik ben uiterst voorzichtig op de openbare weg.
Ik zorg ervoor dat mijn fiets technisch in orde is.
Wanneer ik de schoolbus gebruik ga ik direct na het opstappen zitten en sta pas op om af te stappen nadat de bus stilstaat. Bij het uitstappen, wacht ik tot de bus weg is om de straat over te steken.
2.3 Ik en veiligheid
Ik plaats niets voor nooduitgangen en versper geen gangen en in- of uitgangen.
Ik ga rustig en ordelijk van en naar de klassen.
Ik ga niet naar plaatsen (bv. kelder, zolder, keuken,...) waarvan aangeduid is dat ik er niet mag zijn.
Ik raak geen elektrische toestellen aan zonder toestemming.
Ik raak geen onderhoudsproducten aan.
Als ik geneesmiddelen moet innemen, geef ik die 's morgens aan de leraar.
2.4 Wat te doen bij ongeval waarbij een kind van onze school betrokken is ?
Ik verwittig onmiddellijk een volwassene.
Ik vertel : - waar het ongeval gebeurd is;
- wat er gebeurd is;
- wie erbij betrokken is.
2.5 Wat te doen bij brand ?
Blijf kalm.
Waarschuw onmiddellijk een leerkracht of de verantwoordelijke.
Laat alles liggen.
Sluit vensters en deuren en doe de lichten uit.
Blijf samen en volg de leerkracht.
Volg de aanwijzingen naar de verzamelplaats.
Keer nooit terug.
Ga per klas volgens nummer staan.
3 Ik en het schoolreglement
3.1 Wat als ik de afspraken niet naleef ?
Ik krijg een mondelinge opmerking.
Ik krijg een schriftelijke opmerking in mijn agenda en mijn ouders ondertekenen.
Ik krijg een extra taak en mijn ouders ondertekenen.
Ik word naar de directeur gestuurd.
De leerkracht of de directeur neemt contact op met mijn ouders en bespreekt mijn gedrag.
Ik word een tijdje afgezonderd (onder toezicht en minder dan één dag).
Indien ik de afspraken meermaals niet naleef, kan de directeur een tuchtprocedure starten.
3.2 Wat als de leerkracht zich vergist ?
Ik vraag beleefd aan de leerkracht of het mogelijk is dat hij zich vergist
heeft. Ik bespreek het voorval met de leerkracht, liefst onmiddellijk of tijdens de daaropvolgende speeltijd.
Indien de leerkracht er niet met mij over wil praten, vraag ik de directeur naar mijn zienswijze te luisteren. Hij zal dan na een gesprek met mij en de leraar een besluit treffen.
























































































































































































































